Door de compressor worden harde passages minder versterkt dan zachte passages. Een gemiddelde compressor heeft een component dat voordurend het geluid analyseert (bij het ingangssignaal), deze stuurt een controlesignaal naar het deel van de compressor dat het geluid verzwakt.
De doorsnede instelmogelijkheden van een compressor:
Threshold (in dB) - bepaalt een drempelwaarde. Overtreft het volume van het ingangssignaal de ingestelde drempelwaarde, dan wordt het signaal verzwakt.
Ratio - bepaalt de hoeveelheid compressie. Meestal wordt dit uitgedrukt in een verhouding. De ratio bepaalt hoeveel dB het inganssignaal t.o.v. de threshold moet stijgen wil het uitganssignaal 1 dB stijgen. Bij een ratio van 1:1 vindt geen verzwakking plaats. Gebruikelijke waarden liggen tussen 2:1 en 8:1. Bij ∞:1 zal het volume van het signaal in theorie de thresholdwaarde nooit overschrijden. In dit geval spreekt men van een limiter, waar later over gesproken wordt.
Attack - bepaalt hoe snel compressie wordt toegepast als het ingangssignaal de threshold overschijdt. Meestal wordt dit uitgedrukt in milliseconden.
Release - bepaalt hoe snel het oorspronkelijke volume weer hervat wordt nadat het ingangsvolume weer onder de threshold terecht komt.
Knee - bepaalt of de overgang van onder naar boven de threshold-waarde abrupt (hard) of geleidelijk (soft) verloopt.
Makeup gain (in dB) - Uiteindelijk zorgt compressie ervoor dat het signaal zachter wordt. Met de make-up gain wordt het signaal na de compressie versterkt.
|